Diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK)

Deze informatie voor patiënten gaat over aandoeningen van het hoornvliesstroma en de chirurgische behandeling hiervan. U kunt ook een verkorte MHR P-Form 5.2 - Patient info DALK - NL.pdf DALK brochure downloaden (1.05 MB).

Het hoornvliesstroma is de bindweefsellaag waaruit het hoornvlies grotendeels is opgebouwd. Als deze laag niet goed helder is treedt verstrooiing van licht op en gaat u minder zien.

Er zijn verschillende aandoeningen van het hoornvliesstroma die doorgaans goed te behandelen zijn. De meest voorkomende aandoeningen staan hieronder vermeld.

  • Keratoconus. Deze aandoening kenmerkt zich door een verslapping van het bindweefsel waardoor het oppervlak van het hoornvlies onregelmatig en boller wordt. Hierdoor treedt een (toenemende) bijziendheid op neemt het scherptezien af.
  • Erfelijke dystrofie. Er zijn verschillende erfelijke aandoeningen van het hoornvliesstroma die alle worden gekenmerkt door een verminderde transparantie van het weefsel. 
  • Postinfectieuze littekens. Na een Herpes of bacteriële infectie kan een litteken overblijven in het bindweefsel van het hoornvlies.


Drie veel voorkomende aandoeningen van het hoornvliesstroma: keratoconus (links), een erfelijke dystrofie (midden) en een litteken na een Herpes infectie (rechts).

‘Oude’ operatietechniek: Perforerende hoornvliestransplantatie

Voor aandoeningen van het hoornvliesstroma kan een perforerende hoornvliestransplantatie worden verricht. Hierbij wordt een rond stukje weefsel centraal uit het hoornvlies van de 'ontvanger' geponst en vervangen door donorweefsel. Sinds ongeveer een halve eeuw is dit de standaardtherapie waarmee klinisch wisselende resultaten worden bereikt. De operatie kent verschillende nadelen; de relevante complicaties staan hieronder genoemd. 



Perforerende hoornvliestransplantatie, waarbij het centrale deel van het hoornvlies van de ontvanger over de gehele dikte is vervangen door donorweefsel.

Afstoting

De ernstigste complicatie na transplantatie is afstoting van het donorweefsel. Het afweersysteem van de ontvanger valt dan het binnenste cellaagje van het donorhoornvlies aan. Indien tijdig behandeld kan het transplantaat overleven maar vaak wordt toch aanzienlijke schade gedaan.

Postoperatief astigmatisme

Een 'ei-vorm' van het donoroppervlak is een veel voorkomende complicatie na een perforerende hoornvliestransplantatie. Het blijkt in de praktijk vrijwel onmogelijk om het stukje donorhoornvlies zo in te hechten dat alle hechtingen een gelijke spanning en steekgrootte hebben, op gelijke diepte zitten, etc. Vaak is het oppervlak van het donorhoornvlies onregelmatig en veroorzaakt het irregulair astigmatisme. Het oog heeft dan geen goed brekend vermogen zodat de ontvanger 'wazig' ziet. De verminderde gezichtsscherpte kan doorgaans alleen met een contactlens, maar niet met een bril, worden gecorrigeerd.

Hechting gerelateerde complicaties

Het donorhoornvlies wordt vastgezet met kleine hechtingen die pas kunnen worden verwijderd nadat voldoende wondgenezing heeft plaatsgevonden. Dit vergt minimaal 1 jaar. Omdat de hechtingen zolang moeten blijven zitten veroorzaken zij frequent problemen na een perforerende hoornvliestransplantatie.

Onvoldoende wondgenezing

In het algemeen kan men stellen dat het weefsel in het gebied van een chirurgische wond nooit zo sterk wordt als het oorspronkelijke weefsel. Relatief vaak ziet men dat de wond van een hoornvliestransplantaat openscheurt na een relatief klein ongelukje. Bij een perforerende hoornvliestransplantatie ligt het oog dan open, waarbij het risico aanwezig is van een infectie van het gehele oog.

Diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK)

Sinds begin 1900 worden lamellaire hoornvlies-transplantaties verricht. Een probleem bij deze operaties was de visualisatie van het splijtingsvlak tijdens de operatie waardoor de splijting vaak te oppervlakkig of te diep was en alsnog een perforerende hoornvliestransplantatie moest worden verricht.

Door het Netherlands Institute for Innovative Ocular Surgery (NIIOS) werd tussen 1996 en 1998 een operatietechniek ontwikkeld waarmee het splijtingsvlak optisch kon worden gevisualiseerd tijdens de operatie en het hoornvliesstroma selectief en gecontroleerd kon worden vervangen, de diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK). Met deze techniek kan een aantal complicaties worden voorkómen.

Diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK) waarbij het hoornvliesstroma wordt verwijderd en vervangen door donorweefsel terwijl de binnenste lagen van het hoornvlies intact blijven.

Bij de DALK techniek wordt alleen de buitenzijde van het hoornvlies verwijderd. Hierna wordt een overeenkomstig donorvliesje geïmplanteerd en met hechtingen vastgezet. In vergelijking met een perforerende hoornvliestransplantatie geeft de procedure minder astigmatisme en kunnen de hechtingen eerder worden verwijderd. Omdat het binnenste laagje van het ontvangerhoornvlies intact blijft zijn afstotingsverschijnselen na DALK relatief zeldzaam en veel eenvoudiger te behandelen. Ook komen problemen in de wondgenezing daardoor weinig voor.

Een belangrijk voordeel van de DALK techniek is dat het oog van de ontvanger in pricipe ‘dicht’ blijft. Mocht het resultaat van de ingreep tegenvallen dan kan in tweede instantie altijd nog een perforerende hoornvliestransplantatie worden verricht.
Spleetlampfoto na diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK).

 

Pentacam analyse van een DALK cornea 

Voor- en nabehandeling

Voorafgaand aan de DALK operatie is het niet nodig om speciale maatregelen te nemen. Draag op de dag dat u wordt geholpen niet-knellende kleding met korte mouwen. Houdt u er rekening mee dat u na de ingreep een aantal keren op controle moet komen en dat u gedurende een jaar een aantal keer per dag zelf het geopereerde oog moet druppelen.

Klinieken

De diepe anterieure lamellaire keratoplastiek (DALK), zoals ontwikkeld door het Netherlands Institute for Innovative Ocular Surgery wordt momenteel wereldwijd uitgevoerd.

Resultaten

In medisch wetenschappelijke literatuur hebben verschillende groepen bevestigd dat DALK eenzelfde of beter visusresultaat geeft in vergelijking met conventionele 'full-thickness' PKP.

Dart et al, Ophthalmology 2004
 

geen statistisch significant
verschil tussen DALK versus PKP

Noble et al, Cornea 200685% ≥ 0.5
Leibovitch, Ophthalmologica 200689% ≥ 0.5 (KC)
Teichmann, Cornea 200674% ≥ 0.4 (KC)
    

Melles et al, na 5 jr FU
 
 

Overall BCVA: 0.7, Range 0.2 tot 1.0   
BCVA keratoconus: 0.7, Range 0.5 tot 1.0
BCVA & contactlens: 0.8, Range 0.7 tot 1.0 

Samenvattend

In vergelijking met een perforerende hoornvliestransplantatie geldt doorgaans voor een diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie (DALK) dat
• de ingreep veiliger is;
• de klinische resultaten beter zijn met een sneller visusherstel en een betere uiteindelijke gezichtsscherpte;
• minder complicaties optreden op de korte en lange termijn;
• er minder nabehandeling en controles nodig zijn.

Literatuur referenties

Copyright NIIOS©2006

 

 

 

 

Cornea & External Disease

Hoornvliestransplantatie